The Battle
We zijn afgelopen week getuige geweest van een groots ‘democratisch proces’ in onze wereld. Een jaar lang bevechten twee groepen mensen elkaar onder leiding van leiders van de toekomst van een land. Er kan er maar ééntje winnen. Die wordt president van de 50 staten van de Verenigde Staten van Amerika. The winner takes it all, tenminste voor vier jaar.
Democratie is de helft plus één en rekening houden met belangen van de andere helft. Kan dat nog wanneer je elkaar eerst bevecht op ‘leven en dood’. Is er dan nog vertrouwen in elkaar om samen verder aan een gezamenlijk doel te werken. Alleen dan kun je samen werken aan een gezamenlijke toekomst.
Soms heb je dit gevoel ook in de kerk, zeker wanneer er veel ingrijpende veranderingen zijn en dat tegen de achtergrond van een wereldwijde corona-pandemie. Zaken die direct invloed hebben op je persoonlijk leven en je beleven. Alles lijkt te bewegen.
In een kerk waar met liefde en mededogen met de ander wordt gegaan moet het lukken.
Dat is in stilte luisteren, je voelsprieten uitzetten en jezelf inleven in de emoties en behoeften van de ander. Het gaat helemaal niet over jou, je aandacht is bij de ander. Als je al iets terugzegt, merkt de ander begrip en gehoord worden: daar zit dan de verbinding. Dat is kerk-zijn. Samen.
Chris de Haan

Gewoon ‘bijzonder’
Elke zaterdagmorgen, als het weer het maar even toelaat, ga ik wandelen met mijn schoonzusje Sjoerdtsje. Een traditie van vele jaren. Elke zaterdag zoeken we een andere route uit, hoewel we sommige wandelingen ook al vele malen gemaakt hebben, want de natuur is in alle seizoen prachtig. Afgelopen zaterdag in het bos achter de Slotplaats in Bakkeveen wandelden we naar de Freulevijver, waar we lekker onze boterham oppeuzelden. Vroeger, als meisje, dacht ik altijd dat de koningin daar kwam theedrinken. En laat daar nu op een informatiebord staan, dat inderdaad prinses Juliana daar eens een lunch gebruikt heeft. Ik was, toen ik met alle zesde klassen van Drachten op Koninginnedag een aubade bracht voor het gemeentehuis, er ook vast van overtuigd dat zij achter een gordijn naar ons stond te kijken. Want we zongen toch immers voor de koningin? Toen ik als meisje van 16 jaar voor het eerst de Matteüs Passion meemaakte (ik was niet gewend naar de kerk te gaan) , was ik zo in de ban van het verhaal, dat mijn hart bijna stil stond van spanning: wie zou het volk willen dat vrijgelaten werd: Jezus of Barrabas? Wát een verhaal!!
En zo kom ik via de Matteüs Passion op mijn koor. Het koor dat afgelopen Goede Vrijdag gedeelten van de Matteüs zou zingen in de Zuiderkerk, waar het lijdensverhaal weer verteld zou worden met Bachs mooie muziek. Het koor, dat in haar 112-jarig bestaan al bijna 50 jaar elke maandag in de Menorah heeft gerepeteerd. En dan denk ik aan de koorleden en de dirigent, die me allen zeer lief zijn; het voelt zo door de jaren heen een beetje als familie. En nu missen we elkaar! Geen repetitie-avonden meer, geen fysiek contact met elkaar, niet meer helemaal opgaan in de muziek en je daarna heerlijk ontspannen voelen. Geen Matteüs, geen Evensong, geen kerstnachtdienst; ik baal ervan! Gelukkig is er de mail, waar we elkaar op de hoogte houden van ons wel en wee, maar toch…
En niet alleen het koor, maar ook de kerk en jullie, gemeenteleden, mis ik. We waren zo mooi weer op de goede weg met de diensten, wat klonk het ‘Goedemorgen!’ op zondag weer vrolijk! En nu is weer alles terug bij af, en ontmoeten we elkaar niet meer als vanouds in de kerk. Jammer!
Ik las laatst ergens: ‘Pas als gewone dingen opeens niet meer gewoon zijn, zien we pas hoe bijzonder gewone dingen zijn’. En zo is het!
We moeten met elkaar de moed niet verliezen, en hoop en vertrouwen blijven houden dat deze Corona-tijd weer voorbijgaat. En het bijzondere is, dat we dan ‘gewoon’ weer verder mogen gaan met elkaar! Ik kijk er naar uit!
Hartelijke groeten,
Coby de Vries

Alles onder voorbehoud?
Met wat weemoed denk ik terug aan onze vakantie.
Het voelt deze dagen nog meer dan eerst als iets uit een andere tijd.
We bleven dit jaar ‘gewoon’ in Nederland en hoewel we eigenlijk wel wisten hoe mooi ons eigen land is, hebben we dit opnieuw ontdekt en er van genoten!
We vertrokken op 3 juli. Met goede moed en hoop, want er kwamen steeds minder corona besmettingen en om ons heen begon het weer wat meer te lijken op hoe het was ‘vóór corona.’
Ik begon al voorzichtig te denken aan: ‘Stel je nu eens voor dat…’.
Stel je nu eens voor dat we het nieuwe kerkelijk seizoen weer net als vorig jaar kunnen opstarten, weer samen kunnen komen in de kerk, op zondag, door de week in grote en kleine groepen en elkaar weer kunnen inspireren in ons geloof, dat ons zo dierbaar is.
Weer plannen kunnen maken en er weer meer op kunnen rekenen dat ze ‘zonder voorbehoud’ door kunnen gaan. Wat zou dat mooi zijn!
Dat ‘zomer’gevoel heeft intussen plaats gemaakt voor een ‘herfst’gevoel. Dat zich nu even manifesteert in een grimmige ‘storm’ die over ons land trekt.
Voor de nabije toekomst weten we het even niet meer. Hoe ons leven er uit zal zien.
Diep in ons hart weten wij dat de toekomst altijd voor ons verborgen is, maar wij maken er in ‘gewone tijden’ wél een voorstelling van en we hebben een mooi plaatje voor ogen. En het voelt nu sterker dan ooit als een ‘niet weten’. Alles wat we bedenken en graag willen doen op de manier die wij in gedachten hebben en waar we ons op verheugen. Dat alles is onder voorbehoud.
Met weemoed denk ik terug aan hoe het was… het samenkomen in de kerk, het opgenomen zijn in de gemeenschap, het samen zingen, het drinken van koffie voor of na de dienst, het onderlinge gesprek…samen!
Het kan nog niet op de ons vertrouwde manier en dat vraagt van ons geduld en vertrouwen.
Gelukkig wappert er een vlag in de grimmige storm. Met de bemoedigende woorden:
‘Houd moed. Heb lief’…zonder voorbehoud!
Gerda Bekius

NAZOMEREN

zomerse koesterende warmte
maakt plaats voor regen en wind
een koude corona-herfst begint
het donker wint terrein

de anderhalve meter afstand
zorgt voor verkilling om ons heen
we verlangen steeds sterker
naar verbinding met elkaar

we willen graag iets moois bewaren
van fijne zomerwarmte en licht
gaan samen op zoek naar warme woorden
om zo de kilte te verdrijven

in een rood-met-goud gekleurde herfst
onderhouden we warme contacten
en overbruggen we de afstand
in een nieuw normaal

Aleid Dertien

Mij spreekt…
De plaats in de kamer waar de tekst hing ben ik vergeten. Aan de muur ingelijst in een mooi donkerbruin houten lijstje. Wat me opviel was de prachtige, bijna “Jugenstil-achtige” omlijsting van de tekst. Mooie rode bloemmotieven in slingers van kleine blauwe blaadjes. De tekst komt uit een tijd dat mensen nog een duidelijk omschreven beeld van God hadden. Immers Guido Gezelle, want dat is de schrijver, was er van overtuigd dat God de schepper was van alles om hem heen.
Hij schreef het zo treffend: “Mij spreekt de blomme een tale, mij is het kruid beleefd, mij groet het altemale, dat God geschapen heeft.
Ik vond de tekst, inmiddels in een moderner lijstje, terug achter op een plank met boeken in de studeerkamer. Opruimen midden in deze Corona tijd.
U kunt zich de vragen wel voorstellen rondom het Covid19 virus en “dat God geschapen geeft”. Ik ga me er niet aan wagen.
In het boekje “Mijn held en ik” -autobiografisch Bijbellezen- staat een stukje van ds. Alleke Wieringa over de Psalmist van Psalm 8. Ik heb het met instemming gelezen en kan me vooral vinden in het feit dat in die psalm gesproken wordt over “mensenkind”. Of nog mooier in de Naardense Bijbel “wat dan een mensje dat gij hem gedenkt”.
Het geeft zo mooi onze plaats aan in een natuur die we, tegen beter weten in naar onze hand proberen te zetten. Met alle gevolgen van dien.
Midden in deze zomer is het goed om te bedenken dat de bloemen ons een verhaal vertellen, de kruiden ons groeten. En dat alles deel is van het geschapene.
Bart Dertien

Ga naar boven